Nieuws

Peter Semrad heeft veel onderzoek gedaan naar de opalen die nabij Dubnik in Slowakije worden gevonden. Zijn voordracht hierover opende woensdag het lezingennajaar 2020.

Opaal van 594 gram, duurste steen in het naturhistorisches museum te Wenen.
Ungarischer Opal. A. Schumacher, Quelle: NHM Wien

 

We kunnen er niet omheen, de corona-maatregelen maken het anders dan anders. Aanmelden is dit keer verplicht, en de bijeenkomst is alleen toegankelijk voor leden. Er zijn dertig plaatsen beschikbaar, en deze zijn ook allemaal vergeven. Met andere woorden, een volle zaal, alhoewel dat voor het gevoel en op de foto's er toch anders uitziet. De locatie (Noorddamcentrum) heeft alles professioneel en coronaproof ingericht en gaat er goed mee om. Met de beschikbare middelen kunnen we er toch het beste van maken. Helaas kan niet iedereen aanwezig zijn vanwege de situatie.

We hopen natuurlijk allemaal dat het binnenkort beter wordt. Ik heb nog eens intensief in mijn kwartskristallen bollen gekeken, maak kreeg nog geen goed gevoel over de nabije toekomst. Gelukkig weten we als gemmologen dat dit soort voorspellingen niet zijn te vertrouwen, dus wie weet.

De corona-proof zaal. Toch wat anders dan krappe collegebankjes.

Na een korte inleiding door Roel, vertelt Peter over de historie van de winning van opaal in europa, de gemmologie achter de opaal, en tenslotte over het gebruik in kunstvoorwerpen.

De vulcanische gesteenten bij Dubnik, de vindplaats van de opaal, zijn ongeveer 10 à 12 miljoen jaar geleden ontstaan vanuit een stratovulkaan. In de periode daarna zorgden warme vloeistoffen en gassen voor opaalafzettingen. Wanneer deze voor het eerst ontgonnen werden is onbekend. Uit de oudheid zijn er aanwijzingen dat toen al opalen hun weg naar onder meer India vonden.

Zeker is wel dat in de middeleeuwen al actief werd gezocht. Het hoogtepunt van de opaalwinning rond Dubnik lag in de negentiende eeuw. De eerste concessie rond 1800 werd voor ongeveer 1000 florijnen per jaar vergeven met een looptijd van zes jaar. Dit was te kort om het economisch aantrekkelijk te maken. Rond 1830 werd deze periode verlengd tot 15 jaar, waarna het hoogtepunt van de productie volgde. In 1890 was de concessieprijs gestegen naar 22000 florijnen per jaar, maar tegen die tijd was de mijn uitgeput. Rond 1896 nam de staat de winning over, maar rendabel was het niet meer (specifiek omdat de staat de opalen niet verkocht kreeg). In 1922 was het over en uit.

Peter in actie.

Peter gaat in op de verschillende opaalsoorten, de “gel” opaal (AG), de netwerk opaal (AN) en de crystallijne opaal (C en CT). Ik had nog nooit over deze onderverdeling gehoord, dus de avond was hierom al leerzaam (lees meer). Natuurlijk komt ook het verschil tussen edelopaal en gewone opaal ter sprake, en laat hij voorbeelden van agaathopaal zien (laagjes afwisselende opaalsoorten).

De subjectieve naamgeving van gewone opaal lijkt wel een beetje op de explosie aan diverse jaspersoorten die te koop zijn. Honingopaal, melk-, citroen-, rook- en sneeuwopaal, van alles en nog wat wordt gebruikt. Het is duidelijk dat Peter dat geen goed idee vindt.

Foto's met voorbeelden van kunstvoorwerpen komen langs, zowel objects d'art (voorwerp met nog enige functie) als objects de vertu (alleen voor het mooi). Eind negentiende eeuw was er zoveel opaal dat parures met honderden stenen binnen de royalty kado werden gedaan. Ik moest onwillekeurig aan Rui denken en het effect van de toevloed van diamanten naar Portugal een ruime eeuw eerder.

Wilt u meer over deze opalen weten, zowel de mineralogie, de historie en het gebruik in voorwerpen (en er is heel veel meer)? Peter heeft een groot aantal boeken over dit onderwerp geschreven. Meer informatie hiervoor vindt u op deze website. De boeken zijn daar ook te bestellen.

De volgende bijeenkomst is de Algemene Leden Vergadering. Leden ontvangen hierover nader bericht.

HR